
De
wandelpier van Hoek van Holland is een van de bekendste plekken in het
Europoortgebied. Wanneer je er ook komt, er staat altijd wel iemand te vissen,
soms een toerist, soms een vakman. En geen wonder, aan twee kanten is er zout
(vis)water te vinden!!! Eén van de nadelen van de Pier is wel dat je de auto
niet naast je hengels kunt zetten. Aan een -flink- stuk wandelen ontkom je
niet.
Maar het resultaat mag er dan soms wel zijn! Er zijn in de loop der
jaren zeebaarzen en gullen van geweldig kaliber naar de kant gedrild. In de
zomer vang je er bovendien platvis, paling, geep, zeebaars, makreel, en
behoorlijke hoeveelheden fint. Pas wel op voor de "oude dam" die 10 á 30 meter
uit de kant onder water ligt, dus pomp je vis zoveel mogelijk naar boven en geef
hem geen kans onder/achter de stenen te duiken. Zorg in ieder geval dat je heel
ver uit de kant ligt, anders ben je die dag "niet te feliciteren"! Je kunt er
vermogens aan lijnen, lood en spullen verspelen als je niet ver genoeg ligt.
Wees gewaarschuwd maar laat je zeker niet weerhouden, de resultaten kunnen in
sommige seizoenen verbijsterend zijn. Diegenen die rustig willen vissen zonder
het "meneer, heeft u al wat gevangen"-syndroom raad ik andere plekken
aan.
Soms is het echt visweer, en heb je niet al teveel wandelaars!
Let ook goed op dat als een fors schip langs vaart, de zuigkracht
van het water enorm is en in een no-time je hengels het lel intrekt, mogelijk
met standaard en al. Zoiets kan zeker snel gebeuren als er veel troep in je
lijnen zit, zoals zeewier en het zogenaamde "apenhaar". Tip hierbij is om in het
midden van je driepoot hengelsteun een emmer of stevige plastic zak te hangen
met daarin water of een zware steen.
Wat ook wel handig is om op te letten,
is of je voor de kant plastic tankjes/kleine boeien ziet drijven. Dit betekent
dat er een fuik of net ligt van een beroepsvisser, en dat zijn ware liefhebbers
van ankerlood en haken. Zorg er dus voor dat als je met aas wil vissen nooit in
de buurt staat van een fuik, tenzij je erg goed bekend bent. 
Hoge golven
door de wind, of door een passerende boot.
Nu dan het gedeelte met
de visstekken, waar volgens mij de meeste vissers heel goed aan de slag kunnen.
De eerste plek die we tegenkomen als we de pier oplopen zijn de strekkers gelijk
aan begin. Met laag water kun je hier op lopen (niet verboden, maar kijk uit
voor de golven van de Pilots en de verschillende boten van de Stena Line). Vanaf
deze strekkers liggen grote en kleine baarzen en fint binnen bereik, met recht
een uitdagende stek voor kunstaas. Tussen de strekkers vissen heeft weinig zin
omdat de koppen met elkaar verbonden zijn. Lijn kwijt dus. Wel is het mogelijk
om een hengeltje met aas uit te gooien in de hoek die de laatste strekker met de
pier maakt. De bodem bestaat hier uit grovere stenen. Zolang je niet te ver
voorbij de kop van de strekker gooit is er weinig kans op vastzitten. De
vangsten zijn niet altijd om over naar huis te schrijven, maar je maakt er wel
kans op ‘aparte’ vangsten zoals enorme botten. Iedere keer is het hier weer
verrassend.
Aan het begin van de Pier liggen kleine strekkers de Waterweg
in.
Als we een stukje verder lopen passeren we een bunker in de
duinen en loopt er een muurtje van zo’n 50 centimeter hoog (zie links op
onderstaande foto). Bij de tweede prullenbak op het muurtje is ook geen slechte
stek. Voorwaarde is wel dat je ver kunt gooien en een snelle molen hebt, om over
de rand te komen. Nog een stukje verder vinden we de welbekende buis (zie rechts
op de foto). Ongeveer 25 meter verder staat al enige tijd het bolbaken. Deze
markeert het begin van een goede stek, en deze loopt door tot de eerstvolgende
rode boei in de waterweg of de strandopgang aan de Noordzee-zijde. Aan de kant
van het bolbaken is (naar ze zeggen) de visserij het beste. In de praktijk
blijkt ook dat je hier net iets vaker vast zit. Na deze boei komen de obstakels
weer tevoorschijn en maken ons het vissen moeilijker.
Vanaf het bolbaken naar
het begin van de Pier.
Een stuk verder de pier op is weer een plek
waar het vissen weer beter gaat door verzanding van de oude pier. Het probleem
van dit stukje pier is dat het een aardig eindje lopen is en niet zo makkelijk
herkenbaar is. De lokale vissers weten dit punt altijd goed te vinden en zeggen
dat het herkenbaar is aan de knik die de pier maakt. Vaak staan hier meerdere
vissers, dus dit zou een oriëntatiepunt kunnen zijn. Vanaf dit punt wordt ook de
zeekant steeds interessanter. Halverwege het strand en de kop bevindt zich een
groep lagere basaltblokken, vanaf hier word de makreel belaagd met staande
lijnen. Ook is geep op deze plek goed vangbaar. Na de lage blokken worden veel
pogingen gedaan om een mooie baars te verschalken en tussen de stenen uit te
peuteren. De kop van de pier aan de Noordzee-zijde is in de zomer domein van de
makrelenvissers.
Vanaf het bolbaken naar het einde van de Pier.
De
laatste 200 meter van de pier aan de Waterwegzijde worden vanaf mei tot soms
zelfs november bevolkt door hordes zeebaarsvissers, vooral ‘s nachts. Vis er met
rond de 175 gram lood aan de Waterwegkant, boven de tweehonderd gram is echt
overdreven. Een aanrader (persoonlijk veel succes op geboekt) is om tijdens de
periode met veel 'apehaar' een simpele onderlijn te gebruiken met maar een
afhouder net boven het lood en een lange dwarrel/wapperlijn. Zorg dat de ankers
van je lood maar twee tot drie centimeter van het uiteinde een haakse bocht
maken zodat het lood goed 'loopt'. Een flink eind tegen de stroom ingooien (als
de omstandigheden dat toelaten) en mee laten hobbelen met de stroom. Zodra het
lood begint te ankeren de procedure herhalen. Voor de zeekant spreekt voor zich
dat er met veel minder lood gevist kan worden. Ook kan hier goed gevist worden
op de makreel. Hiervoor is wel een heldere zee, hoog water, en meestal enige
tijd westenwind vereist. De meest spannende methode die hiervoor gebruikt kan
worden is mijn inziens een staande lijn. Deze lijn is tussen de twee en vier
meter lang, en hierop zijn vier of vijf haken (maat 1/0 tot 4/0) op regelmatige
afstand met kleurloze lijn geknoopt. Boven deze lijn wordt een dobber
gemonteerd, gemaakt van stevig piepschuim. Onderaan word vanzelfsprekend het
lood gehangen. Be-aas de haken met verse makrelenbuik, er zijn ook alternatieven
zoals gepekelde buik, geep, zalmhuid en aluminiumfolie, maar deze werken toch
minder. Vergeet tijdens het vissen niet om je hengel goed in de gaten te houden
of vast te zetten, want makrelenbeten zijn lomp hard en voor je het weet ligt je
hengel met schade op de stenen.
En dan kunnen er
nog finten gevangen worden over ongeveer de hele lengte van de pier aan de
waterwegkant. De meest succesvolle methode voor de waterweg is met een haring
onderlijntje. Met tijd en wijle zwemmen grote scholen finten de waterweg op, en
zijn er vangsten van 20 stuks en meer mogelijk. Aan de zeekant kan ook goed
gevist worden met een dobber en een zeebliekje, Rob Mulder kan hier over
meepraten en wist tijdens de zeebaarswedstrijd in 2003 een fint te vangen van 48
centimeter. Zie foto.
In de rubriek webcams kun je een blik vooruit
werpen, is het visweer of niet?